Hoe verloopt de administratieve procedure onteigening?

Print Friendly, PDF & Email

Als de overheid uw grond of gebouw wil kopen voor de aanleg van een weg, spoorweg, woonwijk of een bedrijventerrein dan krijgt u een schadevergoeding aangeboden. Wordt u het niet eens over de verkoop en de schadevergoeding dan begint de overheid met het onteigenen door het starten van de administratieve  onteigeningsprocedure.

De administratieve procedure

Nadat de overheid met u heeft onderhandeld over de aankoop van uw grond (ook wel het minnelijk overleg genoemd) start de administratieve procedure. De overheid vraagt aan de Kroon (de Koning op voordracht van de minister van Infrastructuur en Milieu) om een onteigeningsbesluit te nemen. Hoe de overheid dit aan de Kroon aan de vraagt hangt af van het soort onteigening. In de administratieve procedure worden grofweg de volgende twee soorten onteigeningen onderscheiden:

  • Titel IV-onteigening: onteigening voor een woonwijk of bedrijventerrein op grond van een bestemmingsplan; en
  • Titel II-onteigening: onteigening voor een weg, spoorweg or rivier.

Het soort onteigening bepaalt hoe de administratieve procedure verloopt en hoe de Kroon het verzoek van de overheid beoordeelt.

Verzoekbesluit

De overheid zal haar verzoek aan de Kroon doen door een verzoekbesluit voor te dragen aan de Kroon (bij een  ‘Titel II-onteigening’ is er alleen sprake van een voordracht). In het verzoekbesluit stelt de overheid vast:

  • dat ze wil onteigen;
  • wat ze wil onteigenen (door een kaart en een lijst van de benodigde percelen toe te voegen);
  • van wie ze wil onteigenen (door de eigenaren op de lijst met benodigde percelen te vermelden); en
  • waarom ze wil onteigenen (door een ‘zakelijk beschrijving’ met uitleg over het hoe en waarom van de onteigening toe te voegen).

Zienswijze tegen de onteigening

Op de administratieve procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Op grond van deze procedure:

  • wordt er een ontwerponteigeningsbesluit ter inzage gelegd bij de betrokken overheid (artikel 3:11 Awb);
  • waarvan kennis wordt gegeven in het plaatselijke huis-aan-huisblad (artikel 3:12 Awb);
  • waarvan belanghebbenden op de hoogte worden gesteld (artikel 3:13 Awb); en
  • waartegen belanghebbenden gedurende 6 weken hun zienswijze naar voren kunnen brengen (artikel 3:15 en 3:16 Awb).

Er is kortom een termijn van 6 weken waarin alle belanghebbenden een zienswijze tegen het ontwerponteigeningsbesluit kunnen richten (voor een goede zienswijze verwijs ik naar mijn artikel met tips voor een zienswijze).

Een indiener van een zienswijze heeft het recht om op een hoorzitting te worden gehoord. Datum, tijd en plaats van de hoorzitting worden op voorhand bekend gemaakt. U moet zelf aangeven of u op de hoorzitting aanwezig wenst te zijn.

Onteigeningbesluit

Aan de hand van de beoordelingsmaatstaven van de Kroon en de zienswijzen beoordeelt de Kroon of de benodigde gronden ter onteigening kunnen worden aangewezen.

De Kroon toetst hierbij onder meer of:

  • de regels voor de administratieve procedure goed zijn gevolgd (strijd met het recht);
  • er voldoende onderhandelingen met de eigenaar (en eventueel de overige gebruikers) heeft plaatsgevonden (noodzaakcriterium); en
  • de eigenaar bereid en in staat is om de gewenste ontwikkeling zelf te realiseren (noodzaakcriterium).

Indien de Kroon oordeelt dat er aan alle vereisten is voldaan dan wordt er een onteigeningsbesluit genomen (ook wel Koninklijk Besluit of KB) waarin de benodigde kadastrale percelen ter onteigening worden aangewezen.

Het Koninklijk Besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd en daarmee ligt voor de overheid de weg vrij naar de volgende stap: de gerechtelijke procedure.

Bent u (binnenkort) betrokken in een administratieve procedure en heeft u vragen. Bel of mail mij gerust.

Wiert Leistra

Wiert Leistra plaatste tot op heden 4 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op overheidsaansprakelijkheid en projectontwikkeling. Daarnaast een bijzondere interesse voor het onteigeningsrecht; een rechtsgebied waarin hij een specialisatieopleiding volgde, vele lezingen gaf en waarin hij inmiddels ruime (proces)ervaring opbouwde.