Onteigening

Wat is onteigening?

Als de overheid uw grond  of gebouw nodig heeft voor de aanleg van een weg, spoorweg een woonwijk of een bedrijventerrein dan probeert zij deze van u te kopen. De overheid laat de waarde van uw grond, met eventuele gebouwen, taxeren. Op basis van deze taxatie doet de overheid u een aanbod om u schadeloos te stellen en de grond over te nemen. Indien u het niet eens kunt worden over de verkoop en de schadevergoeding dan begint de overheid met de onteigening door het starten van een onteigeningsprocedure.

Hoe verloopt een onteigeningsprocedure?

De onteigeningsprocedure die volgt op de onderhandelingsfase bestaat uit:

  • de administratieve procedure; en
  • de gerechtelijke procedure tot onteigening.

Administratieve procedure

Na de onderhandeling (ook wel het minnelijk overleg genoemd) start de administratieve procedure. De overheid vraagt aan de Kroon (de Koning op voordracht van de minister van Infrastructuur en Milieu) om een onteigeningsbesluit te nemen. Het ontwerp van dit besluit ligt zes weken ter inzage bij de gemeente en bij Rijkswaterstaat. Alle belanghebbenden mogen hun mening geven over het ontwerpbesluit in een schriftelijke zienswijze en tijdens een hoorzitting. Binnen zes maanden volgt het onteigeningsbesluit (Koninklijk Besluit) waarin de onteigening wordt afgewezen of de benodigde gronden ter onteigening worden aangewezen.

Gerechtelijke procedure

Na het onteigeningsbesluit mag de overheid de eigenaren van de gronden dagvaarden en de rechter vragen om de onteigening uit te spreken. De rechter controleert of de administratieve procedure goed is uitgevoerd en of er goed is onderhandeld met u. Als dit het geval is dan spreekt de rechter de onteigening uit.

De rechter zal ook de hoogte van de onteigeningsvergoeding (de schadeloosstelling) vaststellen die de overheid aan u moet betalen voor uw vermogensschade en inkomensschade. Deze schadeloosstelling bestaat onder meer uit de:

  • waarde van de grond en de eventuele gebouwen;
  • waardevermindering van de grond die overblijft na de onteigening;
  • volledige kosten van uw advocaat;
  • volledige kosten van andere deskundigen (taxateurs);
  • verhuis en herinrichtingskosten;
  • belastingschade; en
  • financieringskosten.